SabelsprinkhanenKrekelsVeenmollenDoornsprinkhanenVeldsprinkhanen

Veldsprinkhanen

De veldsprinkhanen (Acridoidae; 17 soorten in Vlaanderen) onderscheiden zich van de doornsprinkhanen door hun halsschild dat niet tot aan de achterlijfspunt reikt.

Deze 1 tot 4 cm grote soorten komen voor in allerlei soorten graslanden en aanverwanten waar ze zich uitsluitend met planten (vnl. grassen) voeden. In het najaar worden de eieren in een pakket in of op de bodem (of in afgebroken stengels in het geval van de Gouden sprinkhaan) afgezet. Deze komen na 1 jaar tot ontwikkeling vanaf de maand mei, de nymfen zijn dan 4 tot 6 vervellingen later rond juni-juli volwassen.

Bij de wijfjes zijn er aan het uiteinde van het achterlijf 4 eilegklepjes aanwezig, terwijl er bij de mannetjes enkel een subgenitale plaat aanwezig is.