SabelsprinkhanenKrekelsVeenmollenDoornsprinkhanenVeldsprinkhanen

Doornsprinkhanen

Doornsprinkhanen (Tetrigoidea; 4 soorten in Vlaanderen) zijn 1 à 1,5 cm grote kortsprieten met een halsschild dat naar achteren tot aan de achterlijfspunt verlengd is. Ze leven vooral van algen en mossen, maar ook van planten, droge bladeren,... Doorntjes zijn overdag actief en leven op de bodem, meestal op kale grond, vaak in vochtige omstandigheden. Ze kunnen goed zwemmen en duiken en meestal ook goed vliegen. Van sommige soorten doornsprinkhanen komen zowel kort- als langvleugelige exemplaren voor.

De eieren worden in een cluster van 10 tot 20 samengekitte eieren in de grond gelegd, waar ze na 1 of 2 jaar tot ontwikkeling komen. De dieren doorlopen 5 à 6 nymfale stadia vooraleer ze volwassen zijn. Overwintering gebeurt als nymfe en/of imago (= volwassen dier). De wijfjes herken je aan de 4 eilegklepjes aan het achterlijfsuiteinde.

Doornsprinkhanen kunnen gans het jaar door waargenomen worden, maar de grootste aantallen volwassen (en dus met zekerheid te determineren) dieren vinden we in april-mei en september.