SabelsprinkhanenKrekelsVeenmollenDoornsprinkhanenVeldsprinkhanen

Kleine groene sabelsprinkhaan - Tettigonia cantans

T. cantans is gemakkelijk te inventariseren dank zij de opvallende zang van het mannetje. Bij mooi weer is de zang eenvoudig te onderscheiden van die van T. viridissima, maar bij koud weer is verwarring mogelijk. De soort komt plaatselijk in zeer grote aantallen voor langs bosranden, waarbij elk dier op een paar meter afstand zit van de andere. T. viridissima en T. cantans lijken elkaar grotendeels uit te sluiten en er wordt vermoed dat de soort uitbreidt ten koste van T. viridissima.

Habitat

De Kleine groene sabelsprinkhaan bewoont bomen, struikgewas en ruige, hoge vegetatie. Heel wat vindplaatsen bevinden zich aan de rand van bossen of langs boswegen. Blijkbaar geeft de soort de voorkeur aan enigszins vochtige plaatsen.  

 

Verspreiding

De soort is beperkt tot enkele valleien in de Ardennen en Lotharingen: Lesse, Lomme, Semois en hun zijbeken. De soort werd pas in de loop van de jaren tachtig voor het eerst in België aangetroffen.